ROLSTOELSCHERMEN

Rolstoelschermen is oorspronkelijk begonnen in Engeland in de jaren 50 in het Stoke Madeville Ziekenhuis. Soldaten die gewond waren geraakt in de Tweede Wereldoorlog beoefenden deze sport als onderdeel van hun herstel- en revalidatieproces.

Later werd deze sport op de Stoke Mandeville Games – voorloper van de Paralympische Spelen – gedemonstreerd door een atleet met een ruggenmergletsel, Rockwood Cardiff, en zijn instructeur. Rolstoelschermen  heeft als doel de geest van de originele sport te behouden. Het feit dat het gezien werd als  een klassieke sport , zorgde al snel voor veel interesse. Het stond in 1960 op de eerste Paralympische Spelen van Rome op het programma. Deze sport vereist fysieke kracht en techniek. Tactiek en snelheid zijn heel belangrijk.

De schermers kunnen elkaar treffen in verschillende disciplines: degen-, floret- of sabelschermen. De algemene regels van het rolstoelschermen verschillen in geen enkel opzicht van die van het staand schermen, met uitzondering van enkele vereiste aanpassingen. Zo zijn de benen, de romp onder de taille en de rolstoel geen geldige trefvlakken. Nog een verschil: opdat de schermers veilig zouden kunnen aanvallen, worden de rolstoelen stevig bevestigd op de vloer met een specifiek hulpmiddel Dit middel kan gebruikt worden voor elk rolstoeltype en biedt de mogelijkheid om de afstand tussen de schermers te bepalen.

Categorieën bij rolstoelschermen

Rolstoelschermen kan beoefend worden door  mannen en vrouwen in een rolstoel , door  mensen met een amputatie  of  met een milde hersenverlamming .  Dezelfde wapencategorieën zijn van toepassing  als die gebruikt worden bij klassiek schermen, namelijk de  floret sabel  en  degen .

Classificatie van deelnemers wordt vastgesteld aan de hand van een reeks testen die het vermogen om lateraal de romp met of zonder wapen te verlengen, beoordelen. De bewegingen waarmee rekening wordt gehouden zijn voor techniek en verdediging. Het vermogen om de bovenste en onderste rugspieren en de laterale balans uit te breiden met de armen naar binnen of naar buiten gericht, worden allemaal beoordeeld.

De volgende punten worden toegekend voor elk van deze testen:

 - 0 punten: als de beweging niet kan worden uitgevoerd

 - 1 punt: als de beweging slecht wordt uitgevoerd met minimale beweging

 - 2 punten: als de uitvoering slecht maar de beweging soepel is

 - 3 punten: als de uitvoering normaal is

Met behulp van dit puntensysteem in combinatie met andere factoren voor rolstoelschermen, worden er in totaal twee categorieën gebruikt:

Categorie A

Deze  schermers hebben een goede rompbalans , waardoor ze zowel voor- en achterwaarts als zijwaarts kunnen bewegen. De schermers kunnen  volledig gebruik maken van hun scherm-arm .

Categorie B

Schermers in categorie B hebben een  verminderde rompbalans en een normale scherm-arm  of een  normale rompbalans en een verminderde functionaliteit van de scherm-arm.

Categorie C: tetraplegie (geen paralympische sport)

Wat het materiaal betreft, gebruiken de rolstoelatleten standaard schermuitrusting, behalve bij de degen waar er nog een soort elektrische deken wordt toegevoegd zodat treffers op benen niet tellen omdat zij een te gemakkelijk doelwit zijn.. Atleten die te weinig grip hebben op hun wapen, mogen dit bevestigen met een strip of een vergelijkbaar hulpmiddel.

INTERNATIONALE FEDERATIE

Op internationaal niveau worden bij rolstoelschermen de regels van de Internationale Schermfederatie (FIE) gevolgd. Aanpassingen met betrekking tot het rolstoelgebruik zoals bepaald door het International Wheelchair Fencing Committee, vullen dit reglement aan.

Tijdens de Paralympische Spelen van Seoul in 1988 werd een nieuw classificatie- en scoringssysteem geïntroduceerd om  een gelijk speelveld te creëren voor atleten met verschillende handicaps  en deze worden nog steeds gebruikt. Dankzij deze nieuwe systemen begon de Internationale Schermfederatie met een testprocedure speciaal voor scheidsrechters voor rolstoelschermen. Dit heeft weer geleid tot een  toename van het aantal nationale en internationale kampioenschappen.

Basisregels voor rolstoelschermen

Bij rolstoelschermen staan de rolstoelen vast in een frame en kunnen niet omvallen. Ze staan een stukje van elkaar af, met de zijkanten naar elkaar gericht. De beide rolstoelen worden met de wielen vastgemaakt op een carbon plaat. De carbon platen zijn met elkaar verbonden door een metalen arm waardoor ze verder van of dichter naar elkaar toe geschoven kunnen worden voordat ze worden vastgezet.


De schermer houdt met de ene hand zijn wapen vast, en met de andere de armsteun van zijn rolstoel. Tijdens de wedstrijd mag de schermer niet opstaan (hij moet steeds één bil op de rolstoel houden) of zijn benen gebruiken. Om het wapen van je tegenstander te ontwijken kan je met je bovenlichaam naar achter bewegen of je kan met je wapen weren. Als je wilt aanvallen kan je met je bovenlichaam naar voren bewegen. Dit vereist wel voldoende spierkracht in je armen, handcoördinatie, mobiliteit en reflexen.

De  lengte van het schermgebied  wordt vastgesteld aan het begin van het duel (om de rolstoel vast te kunnen zetten) en wordt bepaald op basis van welke tegenstander het kortste bereik heeft met een uitgestrekte arm en mag strategisch kiezen voor de kortere of langere afstand. Zodra de afstand bepaald is, kan die gedurende de wedstrijd niet meer veranderd worden.

Net als bij klassiek schermen zijn de  rolstoelschermers verbonden met een elektronische signaaldoos  die registreert wanneer de tegenstander geraakt wordt door het wapen van de andere rolstoelschermer.

Alle deelnemers moeten volledig uitgerust zijn met de  vereiste schermkleding om het gezicht, bovenlichaam, benen en handen te beschermen.

De eerste die zijn tegenstander vijf keer raakt wint de wedstrijd.

Tegenstanders mogen  elkaar niet verwonden  en de  wapens mogen niet aangepast worden.

Als een schermer moeite heeft om het wapen met de hand vast te houden of te controleren dan kan dit  vastgemaakt worden aan de arm.

De rolstoel moet soepel zijn met een hoogte van 53 cm. De rugleuning moet minimaal 15 cm hoog zijn en op 90° staan (er zijn een aantal uitzonderingen), terwijl de armleuning aan de andere kant tenminste 10 cm hoog moet zijn.

Het zitkussen mag maximaal 10 cm hoog zijn, maar dit is niet verplicht. De hoek van de wielen van de stoel moeten ook voldoen aan de officieel vastgestelde afmetingen.

De regels voor het rolstoelschermen zijn dezelfde als voor het staand schermen, behalve bij de degen: treffers onder de heuplijn zijn niet geldig

Belangrijk: de mise en garde gebeurt zonder wapencontact. Het wapen moeten strikt immobiel blijven vanaf het begin van de wedstrijd. 

Er zijn drie scheidsrechters aanwezig: één voor de wedstrijd en twee extra scheidsrechters. Deze twee extra scheidsrechters zorgen ervoor dat de schermers goed blijven zitten.

In de categorie voor mensen met een visuele beperking zorgt een ondoorzichtig masker onder het normale masker voor een gelijk zicht voor beiden.